Hoogvlieger
We zitten te eten. Zomaar - op het oog - zonder aanleiding zegt dochter M van zes:
'Ik word altijd een beetje boos als iemand anders iets weet en ik wist het nog niet.'
Ze onderstreept deze mededeling door demonstratief de armen over elkaar te doen en een boos gezicht te trekken.
'Ik wil alles weten wat er te weten valt.'
Ik: 'Wat zou je het eerst willen weten?'
M: 'Hoe je een raket bestuurt.'
Eerder deze middag:
M: 'Bestaan engels echt?'
Ik: 'Ik weet het niet. Sommige mensen denken dat engelen bestaan, andere mensen denken van niet.'
M: 'Wat denk jij?'
Ik: 'Ik denk dat ze misschien wel bestaan, maar ik weet het niet zeker.'
M: 'Ik geloof dat ze bestaan. Dat is leuker. Want als ik dan dood ga, word ik ook een engel.'
Ik: 'Waarom lijkt het je leuk om een engel te worden als je doodgaat?'
M: 'Dan kan ik vliegen.'